De Spaanse woningcrisis is ernstig. De huizenprijzen stijgen, huren zijn voor veel inwoners nauwelijks meer te betalen en vooral jongeren hebben moeite om een eigen woning te vinden. Daarover bestaat weinig discussie.
Maar volgens een artikel van Manners.nl zijn Nederlanders die in Spanje een huis kopen mede verantwoordelijk voor het wegkapen van woningen bij de lokale bevolking. De auteur gaat zelfs zo ver dat hij de Nederlandse aanwezigheid in Spanje in verband brengt met het overlijden van de 87-jarige Maricarmen, die uit haar woning in Madrid werd gezet.
Dat is een zware beschuldiging. En wie de feiten achter deze zaak bekijkt, ziet dat de werkelijkheid aanzienlijk ingewikkelder is dan het verhaal van Nederlandse huizenkopers die Spanjaarden uit hun huizen verdrijven.
De wooncrisis verdient een serieus debat. Maar een debat vraagt om feiten, onderscheid en een beetje terughoudendheid met het aanwijzen van schuldigen.
Maricarmen: een tragisch verhaal, maar geen verhaal over Nederlandse kopers
Het verhaal van Maricarmen is schrijnend. De vrouw woonde sinds haar zeventiende in hetzelfde appartement in Madrid. Haar vader huurde de woning al in 1956. Na zijn overlijden werd het huurcontract voortgezet door haar moeder en na het overlijden van haar moeder in 2005 door Maricarmen.
Ze betaalde jarenlang ongeveer 500 euro per maand voor haar woning van circa 90 vierkante meter.
In 2018 werd het gebouw gekocht door Urbagestión Desarrollo e Inversión, een Spaanse vastgoedvennootschap. Twee jaar later ontstond een juridisch conflict over haar recht om het oude huurcontract voort te zetten.
De eigenaar stelde dat het huurcontract niet langer geldig was. De rechterlijke procedure draaide uiteindelijk om de vraag of Maricarmen juridisch nog recht had op de woning. De hogere rechterlijke instanties stelden de eigenaar in het gelijk. Nadat eerdere pogingen tot uitzetting waren tegengehouden, werd de ontruiming op 23 september 2026 uitgevoerd.
De eigenaar verlangde een veel hogere huur als Maricarmen in de woning zou blijven. In de berichtgeving worden bedragen van 1.650 en 2.650 euro genoemd. Het ging dus niet om een gewone jaarlijkse huurverhoging, maar om een conflict over het voortbestaan van een oud huurcontract.
Op 24 september overleed Maricarmen. Haar advocaat heeft een verband gelegd tussen de uitzetting, de stress en haar overlijden. Dat is een ernstige en begrijpelijke zorg, maar het is niet hetzelfde als een medisch vastgesteld causaal verband.
Wat staat hier nu werkelijk vast?
Een Spaanse vastgoedvennootschap kocht het gebouw. De onderneming betwistte het recht van Maricarmen om in haar woning te blijven. De Spaanse rechter oordeelde uiteindelijk dat het huurcontract was geëindigd en dat de eigenaar de woning mocht terugnemen.
Dat is een tragische uitkomst en het roept terechte vragen op over de bescherming van oudere huurders. Maar in deze zaak was geen Nederlandse projectontwikkelaar verantwoordelijk voor de aankoop van het gebouw. Er is evenmin bewijs dat Nederlandse huizenkopers bij deze uitzetting betrokken waren.
De zaak van Maricarmen is een verhaal over huurrecht, vastgoedbezit en de bescherming van kwetsbare huurders. Het is geen bewijs dat Nederlanders verantwoordelijk zijn voor haar overlijden.
Van een individuele tragedie naar collectieve schuld
Manners gebruikt het verhaal van Maricarmen als onderdeel van een bredere aanklacht tegen Nederlanders die in Spanje woningen kopen. Daarmee wordt een individuele tragedie gekoppeld aan het gedrag van een hele groep mensen.
Dat is journalistiek gezien een veel te grote stap.
Je kunt terecht kritiek hebben op vastgoedbeleggers die woningen opkopen, huren fors verhogen of woningen aan de reguliere woningmarkt onttrekken. Je kunt ook kritiek hebben op overheden die onvoldoende betaalbare woningen laten bouwen of huurders onvoldoende beschermen.
Maar het is iets anders om een verband te suggereren tussen het overlijden van een oudere vrouw en Nederlandse huizenkopers, terwijl de concrete zaak draaide om een Spaanse vastgoedvennootschap en een jarenlang juridisch conflict.
Een emotioneel verhaal kan de aandacht vestigen op een maatschappelijk probleem. Het mag alleen niet dienen als vervanging van bewijs, met als duidelijk doel om Nederlanders in een slecht daglicht te zetten!
De cijfers: Nederlanders kopen veel woningen, maar niet de Spaanse woningmarkt leeg
Manners noemt 6.289 woningen die Nederlanders in 2025 in Spanje kochten. Dat cijfer klopt voor Nederlandse kopers die niet in Spanje wonen. Wanneer ook Nederlandse inwoners van Spanje worden meegerekend, ligt het totaal hoger.
Dat is een relevant aantal. En ja, buitenlandse kopers kunnen in gebieden waar veel vraag is naar woningen de concurrentie vergroten. Zeker wanneer kopers met een hoger inkomen of meer eigen vermogen bieden op dezelfde woningen als lokale inwoners.
Maar de context ontbreekt compleet in het verhaal van Manners.
Volgens de Spaanse registratiestatistieken waren buitenlandse kopers in 2025 goed voor 13,82 procent van de woningtransacties. De notariële cijfers over de tweede helft van dat jaar laten zien dat buitenlandse kopers 18,4 procent van de transacties vertegenwoordigden. Dat zijn verschillende statistieken met verschillende meetmethoden, maar beide laten zien dat buitenlandse kopers een minderheid vormen van alle woningkopers.
Nederlanders zijn dus een zichtbare groep op de Spaanse woningmarkt, maar zij kopen niet het merendeel van de woningen.
Bovendien maakt het verschil of iemand een huis koopt om permanent in Spanje te wonen, een tweede woning aanschaft of vastgoed koopt om commercieel te verhuren. Die situaties hebben niet hetzelfde effect op het beschikbare woningaanbod.
Wie deze groepen op één hoop gooit, maakt het probleem eenvoudiger dan het is.
En hoe zit het dan met Jávea en de Costa Blanca?
Laten we eerlijk zijn: ook hier is de druk op de woningmarkt voelbaar.
In Jávea, Dénia, Moraira, Benitachell en andere plaatsen in de Marina Alta zijn woningen populair bij buitenlandse kopers. De aantrekkingskracht van de kust, het klimaat, het toerisme en de mogelijkheid om woningen als vakantieverblijf te gebruiken, spelen daarbij een rol.
Voor inwoners die lokaal werken, kan het moeilijk zijn om een betaalbare woning te vinden. Dat geldt zeker voor jongeren, gezinnen en werknemers in sectoren waarin de salarissen niet meegroeien met de woningprijzen.
Ook toeristische verhuur kan in bepaalde buurten bijdragen aan de druk op de reguliere huurmarkt. Wanneer woningen vooral worden gebruikt voor kort verblijf, zijn ze niet tegelijkertijd beschikbaar voor mensen die er permanent willen wonen.
Dat zijn reële problemen. Ze verdienen aandacht van gemeenten en de regionale en nationale overheid.
Maar waar zijn de lokale cijfers die aantonen welk aandeel van de woningcrisis in Jávea rechtstreeks wordt veroorzaakt door Nederlandse kopers? Hoeveel woningen worden permanent bewoond, hoeveel staan een groot deel van het jaar leeg en hoeveel worden toeristisch verhuurd? En hoeveel nieuwe woningen worden er gebouwd voor lokale bewoners?
Zonder dat onderscheid kun je niet serieus vaststellen wie welk aandeel in het probleem heeft.
Een Nederlander die naar Jávea verhuist en er permanent woont, is niet hetzelfde als een belegger die een woning opkoopt voor maximale huurinkomsten. En een buitenlandse koper die een bestaande woning koopt, is niet automatisch verantwoordelijk voor het tekort aan betaalbare huurwoningen.
Dat betekent niet dat buitenlandse kopers geen invloed hebben. Het betekent dat die invloed onderzocht moet worden, in plaats van bij voorbaat als collectieve schuld van Nederlanders te worden gepresenteerd.
Waar is de overheid in dit verhaal?
Een woningmarkt ontstaat niet vanzelf. Overheden bepalen mede hoeveel woningen gebouwd mogen worden, waar dat gebeurt, welke regels gelden voor verhuur en welke bescherming huurders krijgen.
Het woningtekort in Spanje heeft meerdere oorzaken. Denk aan onvoldoende aanbod op plekken waar veel mensen willen wonen, de beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen, bouwkosten, ruimtelijke ordening, de verdeling van woningen over verschillende gebruiksvormen en de groeiende vraag in populaire steden en kustgebieden.
Buitenlandse vraag kan daar bovenop komen. Maar wie de woningcrisis uitsluitend aan buitenlandse kopers toeschrijft, laat belangrijke onderdelen van het probleem buiten beeld.
De Spaanse overheid en regionale en lokale besturen moeten zorgen voor beleid dat zowel de economie als de inwoners dient. Dat betekent onder meer voldoende betaalbare woningen, duidelijke regels voor toeristische verhuur en bescherming tegen misstanden op de huurmarkt.
Dat is moeilijker dan één groep als schuldige aanwijzen. Maar het is wel noodzakelijk als je daadwerkelijk iets aan de wooncrisis wilt veranderen.
Een woning kopen in Spanje maakt je niet automatisch een ‘gelukszoeker’
De term ‘gelukszoekers’ is in het artikel van Manners bewust scherp gekozen. Maar wat zegt die term eigenlijk over iemand die een woning in Spanje koopt? Helemaal NIETS!
Misschien gaat het om een Nederlander die met pensioen gaat en permanent naar de Costa Blanca verhuist. Of een gezin dat hier werk vindt, belasting betaalt, boodschappen doet bij lokale ondernemers en deel gaat uitmaken van de gemeenschap.
Misschien gaat het om iemand die een vakantiehuis koopt en daarmee inderdaad bijdraagt aan de vraag naar woningen. Of om een investeerder die woningen verhuurt en winst maakt.
Dat zijn verschillende situaties. Het is niet redelijk om iedereen dezelfde intenties toe te schrijven.
Wie naar Spanje verhuist, is niet automatisch een profiteur. Maar andersom is het ook niet zo dat een buitenlandse koper nooit een negatieve invloed op de lokale woningmarkt kan hebben.
De discussie moet gaan over concrete effecten op de woningmarkt, niet over nationaliteit als moreel oordeel. De vergelijking die Manners maakt tussen de woningproblematiek in Nederland en de situatie in Spanje overtuigt niet zonder meer. De verdeling van sociale huurwoningen in Nederland is iets anders dan de aankoop van woningen op de Spaanse woningmarkt. Beide situaties kunnen tot maatschappelijke spanningen leiden, maar ze zijn niet zonder nadere onderbouwing met elkaar gelijk te stellen. Ook de verwijzing naar de hertog van Alva voegt weinig toe aan de analyse van de huidige woningmarkt. Alva was in de zestiende eeuw betrokken bij de onderdrukking van de Nederlanden onder Spaans Habsburgs bestuur. Die historische episode verklaart niet welke rol Nederlandse huizenkopers vandaag spelen bij de Spaanse woningcrisis.
Door zulke vergelijkingen te combineren met het tragische verhaal van Maricarmen, krijgt het artikel een sterk provocerende toon. De vraag is echter niet welke emoties die vergelijking oproept, maar welk bewijs er is voor de conclusies die de auteur trekt. De Spaanse woningcrisis is geen verzinsel. De hoge prijzen en het tekort aan betaalbare woningen zijn voor veel inwoners dagelijkse realiteit. Ook aan de Costa Blanca moeten gemeenten en overheden zich afvragen hoe jonge mensen, lokale werknemers en gezinnen hier kunnen blijven wonen.
Daarbij mogen buitenlandse kopers niet buiten schot blijven wanneer hun aankopen aantoonbaar bijdragen aan prijsdruk of wanneer woningen aan de reguliere woningmarkt worden onttrokken.
Maar wie de feiten serieus neemt, moet ook onderscheid maken tussen buitenlandse residenten, niet-residenten, tweede woningen, toeristische verhuur en commerciële vastgoedbeleggingen.
En wie het tragische verhaal van Maricarmen gebruikt, moet de juridische feiten volledig en correct weergeven. Haar woning werd uiteindelijk ontruimd na een uitspraak van de Spaanse rechter in een conflict met een Spaanse vastgoedvennootschap. Dat is een pijnlijk voorbeeld van de gevolgen van het Spaanse huurrecht en de beperkte bescherming die in haar specifieke situatie overbleef.
Het is geen bewijs dat Nederlanders haar uit haar huis hebben gezet.
De wooncrisis verdient beter dan een zondebok
Het artikel van Manners raakt een belangrijk onderwerp, maar de manier waarop het de verantwoordelijkheid bij Nederlanders legt, is gewoon ongenuanceerd.
Ja, buitenlandse kopers kunnen de woningmarkt beïnvloeden. Ja, de Costa Blanca heeft te maken met druk op betaalbare woningen. En ja, de bescherming van huurders verdient serieuze aandacht.
Maar nee, daarmee zijn Nederlanders niet collectief verantwoordelijk voor de Spaanse wooncrisis. En het overlijden van Maricarmen mag niet worden aangehaald alsof daarmee die verantwoordelijkheid is aangetoond.
Wie werkelijk wil begrijpen waarom woningen voor zoveel Spanjaarden onbetaalbaar zijn geworden, moet verder kijken dan nationaliteit. Naar woningbouw, huurbeleid, investeringen, toeristische verhuur, lokale omstandigheden en politieke keuzes.
Want de oplossing voor een woningcrisis begint niet bij het aanwijzen van een buitenlandse zondebok. Ze begint bij het begrijpen van het probleem en het voeren van een eerlijk debat over de oorzaken en oplossingen.
Bronnen en achtergrond
Manners.nl – ‘Nederlanders zijn hier gelukszoekers, middenin échte wooncrisis’
https://www.manners.nl/spanje-nederlanders-gelukszoekers-wegkapen/
NOS – Politie zet traangas in bij protest tegen uithuiszetting 87-jarige vrouw in Madrid
Maldita.es – Vragen en antwoorden over de uitzetting van Maricarmen
https://maldita.es/desinfo/20261006/preguntas-y-respuestas-desahucio-maricarmen-madrid/
Registradores de España – Estadística Registral Inmobiliaria, jaarverslag 2025


